komt / nu / voorbij
De reizende tentoonstelling van eindexamenstudenten 2007 beeldende kunst van St. Joost Breda.
Twee dagen na de opening verlaten we de eindexamenexpositie en daarmee de academie. We willen, naast een gat laten vallen in de eindexamententoonstelling, in een andere omgeving een expositie opzetten. In samenwerking met vier afzonderlijke kunstinstellingen willen we een platform creëren voor het ontwikkelen van ideeën over tentoonstellen en meer. De hele opzet gaat om een ervaring waarbij we de eigen mentaliteit, als individu en als groep, uit moeten spreken in het contact met een partner. Duidelijkheid door openlijk te moeten kiezen door de drang een goede tentoonstelling te organiseren, een uitdaging.
De tentoonstelling, of althans de plannen daarvoor, zijn gegroeid vanuit meerdere behoeften en frustraties. Afgaande op de eindexamenexposities uit eerdere jaren verwachten we dit jaar wederom een keurige, maar onoverzichtelijke overzichtstentoonstelling. Wij vinden dat een expositie als afsluiting van vier jaar studeren meer in zich heeft en moet hebben dan een inpassing in de academietentoonstelling. Zeker als beeldende kunst studenten zien we weinig plezier en uitdaging in de voor ons veilige omgeving. We willen kwetsbaar zijn.
Kwetsbaarheid zien we als verantwoordelijkheid nemen. Hierbij gaan we open en gericht naar instellingen en publiek staan. Verantwoordelijkheid nemen wil niet zeggen dat we elk fragment in eigen handen moeten hebben, of hard moeten schreeuwen om aandacht. We gaan op zoek naar contact en juist in een kalme en kritische confrontatie met de instellingen, publiek en deskundigen zien we mogelijkheden om op een uitnodigende manier geprikkeld te worden. We zoeken advies om mee af te tasten. We zoeken een kameraad om mee te spreken.
De instellingen hebben elk een eigen omgeving en methode. Ze zijn verschillend, waardoor we viermaal met een andere benadering te maken krijgen, kort op elkaar. We zijn ervan overtuigd dat dit ideaal is om onze eigen basishouding te verscherpen. We moet haar uitspreken, ze moet kenbaar zijn, we moeten haar inzetten. De houding zal als een soort strategie door de tentoonstellingen een punt van discussie zijn. Ze is onze verantwoordelijkheid en kan niemand anders aangerekend worden. Wij zijn overtuigd van onze basishouding, maar is ze onveranderlijk? Dat kan op dat moment pas blijken. Een reden om de zoektocht naar kritiek door te zetten.
Het plan tot tentoonstellen is gebaseerd op een verbondenheid ontstaan uit vier jaar samen studeren. Vanuit deze verbondenheid willen we vier tentoonstellingen verder gaan door gezamenlijk na te denken over hoe we deze vorm willen geven. Verbondenheid ontstaat tijdens het delen van een ervaring. Door wekelijks bij elkaar te komen houden we de ontwikkeling actueel en zal het nooit een afstandelijk plan worden. Op verbondenheid kan iemand afgerekend worden. In het geval dat er te weinig verbondenheid is kan iemand niet blijvend kansen houden mee te doen. Verbondenheid moet ontstaan, daar is de tentoonstelling op gebaseerd, op betrokken aanwezigheid bij de groei van de tentoonstellingen.
Om aan te geven hoe we verbondenheid in verhouding zien; we willen als collectief een bodem creëren, waarop voor het individu ruimte en mogelijkheden tot onderzoek bestaan. We erkennen in een samenwerking grote kwaliteit en vragen ons af of het überhaupt mogelijk is als eenling betekenis te bepalen die niet gedragen is door een sociale verwevenheid. We vinden het reëel te zeggen dat een kunstenaar voortdurend werkt met het oog op een samenkomst, een verhouding, een verbondenheid met een ander.
Sterker nog, het is idioot om het werkterrein van de kunstenaar te definiëren als een atelier waarin hij of zij zich opsluit en naar buiten treed. Het werkterrein is geen afgesloten enclave, ze is een ergens in de wereld. Dit ergens is een platform voor een activiteit, een activiteit waarbij verwevenheid dragend is voor elke manier van vorm en inhoud. Er is opsluiting noch naar buiten treding. Autonomie is geritsel van een enkel blad. De kunstenaar is als sociaal construct verweven als u.
Er is een hoeveelheid aandacht, waar u ook een deel van levert. Die aandacht willen we gericht krijgen naar ons. Wij willen het object van attentie zijn op verschillende platfora. We willen bewustzijn zijn van u en anderen, zoals dit verhaal uw bewustzijn is. Omdat we dit zien als een menselijk evenement, een gebeurtenis die verbondenheid verlangt en voorop stelt, en niet groter kan worden dan een menselijk evenement. We zijn niet verscholen, we maken deel uit en zijn verweven. Dit willen we fysiek aanwijsbaar maken.
We zijn verstandig genoeg te erkennen dat we gevormd zijn door contact met een omgeving. Daarvoor zijn we naar de academie gekomen en gebleven. Nu we haar gaan verlaten willen we als afsluiter, gevolg en beginpunt na de academie direct een andere omgeving voor contact. Onmiddelijkheid is geen vereiste, maar de tijd naar de academie is wat ons te wachten staat. Deze zal invulling krijgen, waarom dan niet op een manier zoals wij die voor ogen zien? Vooruitkijkend krijgen we allen te maken met een ongerustheid wat te doen. Deze onderneming moet ons vertrouwen geven. Dit zal ze zoen, omdat de organisatie in onze handen is. Ze moet ons vertrouwen geven, ze moet.
Veranderende omgevingen, wij in het midden volop verbonden met instellingen en publiek, in een reizende onderneming die we gebruiken onszelf te vormen.
Saturday, January 6, 2007
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
4 comments:
Beste Joram,
fijn dat je je beginhouding voor ons hebt uitgeschreven. Ik hoop dat ook op deze weblog flink gediscussieerd gaat worden. Een paar opmerkingen op je tekst:
1.) Het ik wil-proza, bekend van jou en Remco, maar misschien ook wel door Rob aangewakkerd, moeten we inruilen voor wat we dóen. Dat betekent namen, data, enz, oftewel praktische, harde feiten.
2.) Toch over je verhaal omdat het ook mij betreft: We willen niet kwetsbaar zíjn. Kwetsbaarheid is niet het uitgangspunt. Robs opmerking was: "Jullie moeten kwetsbaar blijven." Geen dichtgetimmerde marketing dus, maar nieuwe experimenten, openheid, onbeslisbaarheid, etc.
3.) We creëren geen platform, maar zijn een groep die na afloop van de eindexamentour weldra ontbonden zal worden. Heel misschien vinden we toch een basis om met elkaar verder te werken.
4.) Wij als groep produceren uiteenlopend werk. Wat ons bindt, waarom we nog bij elkaar zijn, is mij onbekend. Naast vriendschap zal het ook het ook wel in het lekker duwen en trekken zitten. Wat ik eigenlijk wilde zeggen: Er is geen gezamelijke houding, ook atelierkunstenaars zitten in de groep.
5.) We treden wél naar buiten en we doen ons werk voor het oog van de wereld. Bovendien het gaat ook écht gebeuren.
Tot slot: Ik denk dat een dergelijke, softe tekst voor ons en voor de U-persoon overbodig is.
Hey,.
Ik heb ook wat opmerkingen over de tekst en het commentaar van Niels:
Ik denk dat we inderdaad snel zaken praktisch moeten maken, zoals Niels aangeeft. De tijd om prozaisch om te gaan met teksten is denk ik geweest. Desalniettemin vind ik het een heldere tekst die toch wat aanknopingspunten biedt om in de gaten te houden. Voor mij is samenwerking daar een belangrijke in en de vraag die gesteld wordt met betrekking tot de individualiteit van de kunstenaar vind ik interessant. Hoewel de tekst natuurlijk ook wel wat uitdiept blijft het conceptueel. Ik zou graag zien dat we vanaf nu concretiseren en gaan praten over wat we willen doen met de tentoonstelling. Op practisch niveau.
Ik zie kwetsbaarheid niet als een functie of doel in onze tentoonstelling. Op zichzelf is de kwetsbaarheid natuurlijk sympathiek, maar zeker geen doel. Het is meer iets wat we ons in de kantlijn moeten herinneren.
De vraag die Niels stelt met betrekking tot waarom we bij elkaar zijn lijkt mij ook vrij essentieel. Hoe graag we het ook willen, horen we wel bij elkaar? en klopt het wel als we iedereen bij elkaar stoppen? De identiteit van ons als groep is iets wat boven water moet komen, zo niet zouden we kunnen verzanden in dezelfde vorm van eindexamenexpositie 2006 waarin iedereen gebroederlijk naast elkaar stond, terwijl dat niet klopte met de realiteit van een dagelijkse academie. Wat klopt bij ons?
Ik vind het geen dergelijke, softe tekst en denk dan ook niet dat dit overbodig geweest is, zeker niet als dit discussie teweeg brengt, wat ik het voornaamste doel vind van deze tekst misschien. Tegelijkertijd wil ik nog even terugkomen op de concretisering van het geheel. De discussie moet zich misschien niet op het terrein van macrogedachten afspelen en zich richten op de directe invulling van ons idee. Het wordt tijd.
Bovendien roep ik ook op of andere mensen hier iets over willen zeggen op welke manier dan ook over dit verhaal, alleen zo krijgen we het aan het rollen denk ik. Reageren maar!
remco
Niels, fijn dat jouw commentaar zo heerlijk frustreert.
Ik denk dat deze beginhouding, die ik heb geprobeerd te formuleren, een algemeen kader kan worden, zijn of vormen. Dit kader is ten eerste nodig omdat ze ons verbind, ten tweede omdat ze ons handelen verantwoord. Wie of wat moet zou dit anders moeten doen? We moeten ons verbinden omdat we dit plan anders niet voor elkaar krijgen.
Praktische, harde feiten komen niet zomaar tot stand, ze worden georganiseerd. De organisatie is ons handelen, vandaar dat ik dat wil verantwoorden. Ik wil, of wij willen is erg belangrijk. We willen een tentoonstelling opzetten, daaruit komen praktische, harde feiten.
Dit neemt niet de druk weg snel en concreet aan het werk te gaan, inderdaad. Kom maar op met de data en afspraken.
We creëren wel een platform, van tijdelijke duur. Het platform is al gecreëerd in de vorm van deze weblog. En er zullen nog meer manieren komen te discussiëren, deel te nemen etc. Ook dit platform verbindt ons.
Een gezamenlijke houding is een noodzaak omdat we samenwerken. Door bij elkaar te komen is er al een gezamenlijke houding. De houding hoeft niet sterker te worden dan dit, ze maakt van ons collegae en andersom. Deze houding, ook die ik al eerder bedoelde, gaat niet over individueel werk, al heeft ze er indirect wel mee te maken.
De vraag of het wel klopt als we iedereen bij elkaar stoppen is misschien niet lastig. Als we toegeven dat we niet bij elkaar horen, maar elkaar wel nodig hebben.
Over de kwetsbaarheid ben ik het met Niels eens, openheid en nieuwe experimenten klinken uitdagender, onbeslisbaarheid niet.
Ik wil niet spreken over een naar buitentreding, omdat ze een opsluiting insinueert. Studeren aan de kunstacademie zie ik niet als een opsluiting, maar als een deelname. We nemen deel en straks gaan we deelnemen aan iets anders. Dus geen naar buitentreding, wel een verschuiving van veld van deelname. Of vinden jullie dat niet?
Dit is een tekst die Raf nog vóór de tekst van Joram schreef. Maar goed, we zijn nu al verder. Ik hoop dat de volgende officiële tekst het complete programma is, bijvoorbeeld ook geschikt bij subsidieaanvraag.
"komt/ nu / voorbij
Reizende eindexamententoonstelling
Wij zijn een groep van klasgenoten die de richting beeldende kunst studeert. Dat doen we nu al zo’n drie jaar terwijl we op ons afstuderen afstevenen. Met dat eindexamen willen we gezamenlijk naar buiten treden, een reizende eindexamententoonstelling organiseren, om zo nog een laatste keer geheel gezamenlijk verbonden te zijn.
Sterker verbonden hopelijk, dan bij een doorgaande academie tentoonstelling. En sterker verbonden hopelijk met de studenten van de academie, juist doordat we wegtrekken hoe paradoxaal ook. Door een gat te laten vallen in de tentoonstelling verwachten we namelijk een meer sterke belangstelling van de academie dan wanneer we alles op z’n beloop zouden laten. Voor de duidelijkheid wat? Nou, door na twee dagen na de eindexamen opening de academie te verlaten en het land in te gaan. Daar willen we bij 3 a 4 kunstinstellingen gedurende een dag of wat ons te presenteren, plus een locatie die waar het niet om een kunstinstelling betreft.
We zien dit als een experiment. In de afgelopen paar jaar dat we studeren horen we bijna van iedere eindexamenklas weer een nieuwe opzet voor de tentoonstelling, waaronder ook tamelijk radicale ideeën. Maar uiteindelijk komt daar als de afsluiting nadert weinig meer van terecht. Dat willen we veranderen. In hoeverre zijn wij in staat een interessante expo te organiseren? Is die vorm die we nu aannemen interessanter dan op de academie te blijven? We willen zo een discussie uitlokken met andere studenten, een vorm aannemen die ook op een andere manier uitnodigt dan het tonen van je werk alleen. Kortom een afsluiting organiseren die verder aanzet tot leren, ook voor andere studenten.
Die aanzet tot leren voor andere studenten en voor onszelf vinden we wel belangrijk, maar ook de reactie van het publiek. Zoals daar zijn in onze verwachtingen het traditionele eindexamen publiek, nieuw lokaal publiek en speciale genodigden. We verwachten daarvan reacties waar we wat aan hebben en waar we niks mee kunnen of ook wel heel harde kritiek. We verlaten namelijk de academie letterlijk en daarbij vooral de veilige omgeving die het biedt. Daarbij stellen we ons misschien ook meer kwetsbaar op. En door de ervarende rol die we als vanzelfsprekend bij een dergelijk project aannemen zullen de ideeën rondom het tentoonstellen zich dieper in ons nestelen.
En ook, ja we blijven over leren praten, maar de wisselende ruimten en plekken is ook wel een sterke verandering. En daarbij laat het ons tegelijk over maat denken, nu. Of ja, we zijn genoodzaakt rekening te houden met de vervoerbaar- of hanteerbaar- of mogelijkheid. Nou goed, we vinden het interessant ook als het een totale mislukking wordt. Maar hoe zou het moeten of kunnen mislukken?"
Post a Comment